Concert in Cothen
15 januari 2012 - Valkhof Strijkkwartet
Voor de tweede maal horen we dit geweldige kwartet
Fons Plasschaert - viool
Marianne de Leur-Stemp - viool
Meindert Eland - altviool
Peter Ypma - cello
Foto: Leo v.d. Loop
Programma
Strijkkwartet opus 64 no. 4 van Joseph Haydn (1732-1809)
Strijkkwartet opus 11 van Samuel Barber (1910-1981)
Strijkkwartet opus 18, no. 3 van L. van Beethoven (1770-1827)
Het strijkkwartet opus 64 no. 4 behoort tot een van de meest geliefde strijkkwartetten van Joseph Haydn. Het maakt deel uit van de Tost-kwartetten, genoemd naar de opdrachtgever Johann Tost, een rijke Weense groothandelaar in laken en een bekwame violist. De zes kwartetten zijn ontstaan in 1790 toen Haydn 58 jaar was. Het eerste deel is een energiek allegro con brio waarvan het eerste thema, op de voor Haydn zo kenmerkende wijze, wordt bewerkt en omspeeld met syncopen. In de loop van de fantasierijke doorwerking volgt een fijnzinnig tweede thema dat het materiaal levert voor een prachtige doorwerking. Het menuet heeft het karakter van een “Ländler”, een boerendans met als trio een vrolijke klarinetmelodie door de eerste viool gespeeld begeleid door de andere drie stemmen. Het eenvoudige adagio steunt op een prachtige inval, negen maten cantabile, die aan de eerste viool is toebedeeld. Dit thema wordt vervolgens met allerlei versieringen omspeeld. In het coda van dit deel komen ook de andere stemmen goed aan bod. Het laatste deel is een gloedvol presto in zes-achtste maat waarbij opvalt hoe knap Haydn het eenvoudige thematische materiaal weet te verwerken tot springlevende muziek waarin de vierstemmen gelijkwaardig optrekken.
Samuel Barber was een Amerikaanse componist en muziekpedagoog. Jonger dan Arnold Schönberg, Alban Berg of zijn landgenoot Charles Ives behoorde Barber nooit tot de muzikale avant-garde. Zijn oeuvre kan als postromantisch beschouwd worden, harmonisch put hij uit de 19e eeuw, qua vorm maakt hij veel van de sonatevorm gebruik, ook in dit strijkkwartet. Hij voltooide zijn eerste en enige strijkkwartet opus 11 in 1936 op 26-jarige leeftijd. Het adagio uit dit strijkkwartet is misschien wel het meest bekende werk van hem, hoewel dit dan meestal uitgevoerd wordt door strijkorkest. Het eerste deel opent krachtig unisono met een sterk thema. In maat tien volgt een tweede meer zangerig thema. Daarna worden beide thema’s verder uitgewerkt waarbij ieder van de vier stemmen volledig aan zijn trekken komt. Het tweede deel is een molto adagio waarbij de melodielijn vanuit het pianissimo wordt opgebouwd tot fortissimo. De lange spanningsboog van dit deel komt uiteindelijk weer tot rust in het afsluitende pianissimo. Onmiddellijk volgt het laatste deel waarin de thema’s van het eerste deel weer hernomen worden. Het deel gaat over in en wordt afgesloten met een kort presto.
Het Strijkkwartet opus 18 nr. 3 in F groot, is een vierdelige compositie van Ludwig van Beethoven, die in 1799 voltooid werd. Het is in de tijd gezien het eerste van de set van zes strijkkwartetten opus 18 uit Beethoven zijn eerste stijlperiode. Al in 1795 was Beethoven om kwartetten gevraagd door Graaf Apponyi (die ook de opdrachtgever is van de kwartetten opus 71 en 74 van Haydn). Beethoven zette zich twee keer aan de opdracht. De eerste keer leverde dat het Strijktrio opus 3 op en de 2e keer een strijkkwintet opus 4. Uiteindelijk zou Beethoven pas eind 1798 met zijn opus 18 beginnen en was Lobkowitz zijn mecenas, die hem vorstelijk zou belonen: 600 florijnen per jaar. Het eerste deel, allegro, begint met een hoofdthema van 10 maten met een weemoedige (septiem)sprong omhoog. De sfeer blijft bekoorlijk, het deel is hecht opgebouwd en blijft binnen de klassieke sonatevorm. Het tweede deel, een andante con moto opent met een rustig ontspannen hoofdthema. Een van de weinige onversneden echt “gelukkige” thema’s bij Beethoven. Het Scherzo en trio is elegante muziek, typerend voor de stijl van Haydn en Mozart, en daarmee nog weinig specifiek voor Beethoven. Het vierde deel is een presto. Blijkens het schetsboek is dit ver na de drie eerste delen gecomponeerd. De stijl is veel virtuozer. Het thema is in triolen, gebaseerd op vier maal een dalende terts en drie maal een stijgende kwart
Vermeldenswaard is verder dat alle vier de instrumenten die door het ensemble worden bespeeld zijn gebouwd door de primarius, Fons Plasschaert, respectievelijk in 1995 ( 1e viool), 1993 (2e viool), 1989 (altviool) en 1997 (cello).
Het Valkhof Strijkkwartet ontleent zijn naam aan het feit dat het voor het eerst optrad (september 1992) in de St. Nicolaaskapel op het Valkhof te Nijmegen. Sedertdien heeft het kwartet regelmatig geconcerteerd, onder andere aan de Katholieke Universiteit te Leuven en in het Haus der Niederlande in Münster. In december 1994 vond een optreden plaats in de kleine zaal van het Amsterdams Concertgebouw. Tevens werd door leden van het kwartet meegewerkt aan diverse CD-opnames. Inmiddels is een eigen CD verschenen van de ‘Zeven laatste woorden aan het kruis’ van Joseph Haydn. Dit werk wordt traditiegetrouw door het Valkhofkwartet uitgevoerd op Goede Vrijdag in de kerk van de Heilige Land Stichting. Het repertoire reikt van Mozart, Haydn, Beethoven, Schubert en Dvóràk tot Scott Joplin Hendrik Andriessen, Samuel Barber en Arvo Pärt. Het kwartet bestaat uit: Fons Plasschaert en Marianne de Leur- Stemp viool, Meindert Eland altviool en Peter Ypma cello.
Fons Plasschaert, geboren in Helmond, heeft het vioolspel geleerd van Dick Blokbergen in Hilversum. In zijn studententijd in Utrecht was hij concertmeester van het Utrechts Studenten Koor en Orkest. Hij is 30 jaar lang concertmeester geweest van het Nijmeegs Kamerorkest/Symfonieorkest. Vanaf 1981 tot 1993 was hij primarius van het Animato Strijkkwartet en vanaf 1992 van het Valkhof Strijkkwartet. Van 1967 tot 2007 was hij verbonden aan de Faculteit der Medische Wetenschappen van de Katholieke Universiteit Nijmegen als hoogleraar tandheelkunde.
Marianne de Leur- Stemp begon op 9-jarige leeftijd met vioollessen in Eindhoven bij Rie Beckers. Nadien kreeg zij les van Peter Ashley en voltooide zij in 1972 haar vioolstudie aan het Brabants Conservatorium. Aanvullend had zij les bij Bouw Lemkes. Naast een kleine praktijk als vioolpedagoge musiceerde zij in diverse kamermuziekensembles. Vanaf 1981 tot 2007 bezette zij samen met Fons Plasschaert de eerste lessenaar in het Symfonieorkest Nijmegen. Tot voor kort was zij voorzitter van de Stichting MuziS, met als doel het organiseren van kamermuziekconcerten in Brabant. Tegenwoordig speelt zij in diverse ensembles in project verband.
Meindert Eland begon op 9-jarige leeftijd met vioolspelen in Vlissingen bij Peter Jense. Tijdens zijn TU-studie elektrotechniek in Enschede had hij vioollessen bij Maarten Veeze en bij Mieke Biesta. Hij was concertmeester van 2 Twentse orkesten. In de 80-er jaren koos hij definitief voor de altviool, omdat dit strijkinstrument voor hem de mooiste rol vervult in de kamermuziek. Hij is aanvoerder geweest van de altengroep in het Nijmeegs Kamerorkest. . In het dagelijks leven is Meindert Eland projectleider techniek bij het afbouwproject van de Noord/Zuidlijn.
Peter Ypma heeft les gehad van Chrétien Bonfrère, Carel ven Leeuwen Boomkamp en Michèl Roche. Tijdens zijn studie elektrotechniek in Delft was hij gedurende een aantal jaren solocellist van het Nederlands Studenten Orkest en van het Nederlands Studenten Kamerorkest. Uiteindelijk is de elektrotechniek zijn beroep geworden, wat hem er niet van weerhoudt veel en intensief bezig te zijn met voornamelijk kamermuziek.
Het concert vindt plaats in de protestantse kerk op de Brink in Cothen en begint om 13.00 uur. Vanaf half één staat de kerk voor u open tegen toegangsprijzen zijn van 7 of (voor 65+ en 12-) 6 Euro. En vanwege het nieuwe jaar krijgt u daarbij ook nog een kosteloos kopje koffie geserveerd in de pauze.